17 juni, 2026
Versnellen van circulair watergebruik is mogelijk!
In gesprek met Guus Meis van Glastuinbouw Nederland
Elke zomer is er weer een gebrek aan water voor irrigatie, sproeien of voor bluswater. Elke winter is er een overschot aan water. Wat je hiermee kunt? De WaterBank brengt op een eenvoudige manier aanbieders van overtollig water in verbinding met lokale afnemers die een tekort aan water hebben. Dit doen we met en voor leden. Kennisdeling neemt een belangrijke plek in bij De WaterBank. En dus gaan we in gesprek met onze leden en maken we hierover een reeks. Deze keer gaan we in gesprek met Glastuinbouw Nederland. Glastuinbouw Nederland is medio 2024 aangesloten als partner bij De WaterBank om de transitie naar circulair en toekomstbestendig watergebruik te versnellen. We werken sindsdien samen om vraag en aanbod van restwater beter op elkaar af te stemmen, ook binnen de Nederlandse glastuinbouw.
Actieplan voor betere waterkwaliteit
Guus Meis is Beleidsspecialist Water & Omgeving bij Glastuinbouw Nederland. In 2025 heeft hij binnen het thema water gewerkt aan schoner oppervlaktewater. “We hebben hard gewerkt aan een Actieplan Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden. Actie was nodig, omdat de waterverbetering de afgelopen jaren stagneerde en de sector anders de strenge Europese normen (de Kaderrichtlijn Water, KRW) niet gaat halen. Het actieplan richt zich op het nemen van extra maatregelen om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het oppervlaktewater terechtkomen.” Daarmee, én met de inzet van de watercoach, hebben we ondernemers praktische handvatten gegeven om lozingsroutes beter in beeld te krijgen. Ook in het jaarplan 2026 van Glastuinbouw Nederland krijgt water een prominente rol.

Samenwerken voor vooruitgang
Guus vertelt verder: “De gezamenlijke aanpak met Versnellers Sierteelt, Federatie Vruchtgroenteorganisaties (FVO) en de waterschappen laat zien hoe belangrijk samenwerking is om écht vooruitgang te boeken. Bij Glastuinbouw Nederland blijven we daar vol op inzetten. Voor een sector die schoon en toekomstgericht wil blijven.”
Voorbeeldsuccessen
Op de vraag of Guus een paar voorbeelden kan noemen van successen die al behaald zijn op het gebied van water noemt hij NEXTgarden als voorbeeld. Dit ligt in de agricorridor A15 en is hét ontwikkelingsgebied voor tuinbouw met meer dan 200 bedrijven en meer dan 2000 arbeidsplaatsen. Ondernemers, kennisinstellingen en overheid werken hier succesvol samen aan concrete initiatieven die de hele productieketen slimmer, rendabeler en duurzamer maken. Het gebied heeft een omvang van 735 ha en beschikt over ruimte en faciliteiten voor de uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven en de vestging van nieuwe bedrijven.
Uit nood geboren
Guus kreeg voor Bergerden (de voorloper van NEXTgarden) de vraag om mee te denken over het watersysteem. “Uit oogpunt van beeldkwaliteit wilde de overheid geen traditionele zwarte regenwaterbassins, dus een nieuwe oplossing was nodig.” Het resultaat was een innovatief en circulair systeem voor dit gebied. De kern is een groot centraal gietwaterbassin van circa 3,25 hectare dat het regenwater van alle tuinbouwkassen opvangt, ondergronds opslaat en distribueert naar de tuinders. “Zo kan het overschot van ene bedrijf gebruikt worden door een andere bedrijf met een grotere waterbehoefte.”

Volledig energieneutraal
Het unieke watersysteem van NEXTgarden bestaat uit de volgende hoofdcomponenten:
- Centrale gietwatervoorziening (Bassin Bergerden): Al het hemelwater dat in het gebied valt, wordt opgevangen en opgeslagen in een centraal bassin. Dit water wordt door tuinders gebruikt om hun gewassen te irrigeren.
- Drijvend Zonnepark: Op dit gietwaterbassin ligt een van Europa’s eerste en grootste drijvende zonneparken. Het zonnepark omvat ruim 6.000 zonnepanelen die in totaal zo’n 600 huishoudens van groene stroom voorzien.
- Dubbel ruimtegebruik (Win-winsituatie): Het water fungeert hier als multifunctioneel systeem. Het water koelt de zonnepanelen waardoor ze een hoger rendement behalen, en de panelen gaan op hun beurt algengroei in het gietwater tegen.
- Hoge Temperatuur Opslag (HTO): Om de ambitie als energieneutraal tuinbouwgebied waar te maken, wordt onderzocht of het watersysteem in de toekomst ook kan worden ingezet voor innovatieve warmte- en koudeopslag.

Een mooi voorbeeld van samenwerking om te zorgen dat het gebied in 2030 volledig energieneutraal is.
Kanttekening
Guus kan meer succesverhalen opnoemen, maar zet hier en daar ook een kanttekening. Hij noemt hier Waterbank Westland als voorbeeld. Wateroverlast en verzilting van de ondergrond kunnen effectief worden tegengegaan met een waterbanksysteem voor (tuinbouw)bedrijven in het Westland. De plannen hiervoor zijn al zes jaar oud, maar ze nog niet gerealiseerd. Dit ligt deels aan vergunningsverlening. Technisch gezien is er veel mogelijk, maar vaak zijn financiën en vergunningen iets waarop uitvoering blijft steken. Omdat het water maar een klein deel van het jaar nodig is, is de businesscase lastig rond te krijgen. Te meer, omdat er geen subsidies zijn voor de onrendabele top van dit soort installaties en er geen vergoeding beschikbaar is voor maatschappelijke baten zoals de bijdrage aan het voorkomen van wateroverlast. Zowel regionaal als landelijk brengen we dit onder de aandacht van de politiek. Voor het energiedossier is veel geld beschikbaar. Water wordt wel als aandachtspunt gezien, maar heeft nog niet de status van energie en daarmee ook niet de fondsen.
Geen strenge normen
Daarbij kwam dat er PFAS was gevonden in het regenwater. Voor PFAS in drinkwater gelden in Nederland strenge normen. Voor het infiltreren van (regen)water waren er geen specifieke wettelijke normen. Zonder een toetsingskader kon de vergunning niet verleend worden. Het waterschap kijkt vervolgens naar de provincie. Maar die kijkt naar het Rijk. En die kijkt op haar beurt weer naar Europa. Dan wordt het een heel lang traject. Uiteindelijk hebben provincie en waterschappen het voortouw genomen om tot extra beleid te komen. “Er zit wel wat schot in. We zijn zover dat we de vergunning kunnen aanvragen, maar inmiddels zijn we wel 1,5 jaar verder.”
Stilstand = achteruitgang
Niemand is gebaat bij stilstand. Dat zie je ook in dit project. Door PFAS kreeg men geen vergunning en kwam het project stil te liggen. Inmiddels zijn prijzen van onder andere grondstoffen en lonen hoger geworden en wil de aannemer deze kosten doorbelasten. Gevolg: een begrotingstekort dat eerst gedicht moet worden. “Het zijn vaak hele praktische dingen. Bestuurders zijn vaak enthousiast over plannen en denken dat die makkelijk en snel uitvoerbaar zijn. Maar in de praktijk loop je tegen veel dingen aan. We moeten allemaal in de meedenkstand staan in plaats van dingen stilleggen”, aldus Guus.
Integraal kijken
Dat klinkt wat frustrerend dus op de vraag hoe je ermee omgaat antwoord Guus: “Het is niet leuk, maar je kijkt wat je kan doen om toch iets voor elkaar te krijgen. We kijken vaak naar elkaar en zijn bang voor juridische consequenties.” Guus doet de oproep om integraal te kijken. Juristen moeten innovatieve projecten kunnen afbakenen om beleidsmatig ruimte te kunnen bieden. Op decentraal niveau ontbreekt nu vaak die mogelijkheid waardoor innovaties testen in de praktijk moeilijker wordt.
Waarschuwen
Ook binnen De WaterBank proberen we steeds vaker integraal te kijken om tot oplossingen te komen. We willen grote stappen maken, maar dan moet je die kunnen maken. Met traagheid gaan we veel gestelde doelen niet halen. Voor Guus speelt ook mee dat hij ondernemers op tijd wil meenemen in het proces. “Binnen het Deltaprogramma Zoetwater is er besef dat ze ondernemers op tijd moeten waarschuwen wat eraan zit te komen. Zo kunnen ze schakelen in bedrijfsvoering. In 2050 hebben we waarschijnlijk nauwelijks zoet opppervlaktewater meer tot onze beschikking. Het zoutgehalte neemt toe in het water of het is gewoonweg niet beschikbaar. Dus de vraag wat je moet doen als je wilt blijven telen en wat je hiervoor moet doen in de komende 25 jaar is een realistische.”
Goede waterkwaliteit
Provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven ondervinden in de praktijk de negatieve gevolgen van emissies van gewasbeschermingsmiddelen naar bodem en water. Voor een goede waterkwaliteit is het van belang om de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar grond- en oppervlaktewater te voorkomen en te voldoen aan de eisen die gesteld worden vanuit de Kaderrichtlijn Water. Hierin zijn specifieke doelen en kwaliteitseisen opgenomen voor grond- en oppervlaktewater. Daarnaast is het streven om de zuiveringsinspanning voor de drinkwaterproductie niet toe te laten nemen en liefst te verminderen.

Op zich laat wachten
Telers en ketenpartners willen zich hard maken om met ‘weerbare teeltmethoden’ verdere stappen te zetten op het verlagen van de milieubelasting door het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Tegelijkertijd ervaren telers nu al dat het in praktijk steeds lastiger wordt om gewassen overeind te houden. Klimaatverandering leidt tot waterschaarste en de introductie van nieuwe ziekten en plagen. Het wordt moeilijker om dit te beheersen. Daarnaast vervalt de toelating van steeds meer gewasbeschermingsmiddelen. Terwijl de beschikbaarheid van nieuwe, groene alternatieven en de toepassing van innovatieve technieken en robotisering op zich laten wachten.
Rol De WaterBank
Op de vraag of de beschikbaarheid van zoet water een rol speelt in het verminderen van de milieubelasting antwoordt Guus: “Ja, water hergebruiken wordt steeds belangrijker. Dus dat is een belangrijk onderdeel van mijn werkzaamheden. We hebben voldoende goed water nodig om te recirculeren. Om ophoping van stoffen te voorkomen, is het van belang dat het water schoon is. Daarbij kijk ik ook welke rol De WaterBank hierin kan (gaan) spelen.”
Over de sector heen kijken
Guus pleit voor gebiedsregisseurs die over sectoren heen kijken en die verbindingen kunnen leggen. Kun je bijvoorbeeld de agrarische sector koppelen aan een bedrijventerrein? Ook het ruimtelijke ordening aspect moet hierbij worden bekeken. Dat wordt nu nog onvoldoende gedaan. “Overheden moeten meer met elkaar samenwerken. Ambtenaren moeten breder gaan kijken, meer omgevingsmanagement toepassen. En dat vastleggen in omgevingsplan. De provincies moeten hier ook meer op gaan sturen. Laten we met z’n allen de schouders eronder zetten want water is een kostbaar iets!”
